
De gemeente Apeldoorn stopt per direct met het standaard uitvoeren van een Bibob-onderzoek bij de verkoop van kavels voor woonwagenstandplaatsen. Uit onafhankelijk onderzoek naar de uitvoering van het gemeentelijke beleid blijkt dat deze werkwijze onbedoeld een discriminerend effect had op woonwagenbewoners. Het college van burgemeester en wethouders heeft hiervoor excuses aangeboden aan de belangenvereniging voor woonwagenbewoners.
Onderzoek na signalen en vragen gemeenteraad
Aanleiding voor het onafhankelijke onderzoek waren signalen vanuit de belangenvereniging voor woonwagenbewoners en vragen vanuit de Apeldoornse gemeenteraad. Daarbij is gekeken naar de manier waarop het bestaande Bibob-beleid in de praktijk werd toegepast.
Volgens het college was het nooit de bedoeling om woonwagenbewoners anders of stigmatiserend te behandelen. In de praktijk bleek de werkwijze echter wel dat effect te hebben.
“Het is nooit onze bedoeling geweest om woonwagenbewoners anders of stigmatiserend te behandelen. Toch heeft onze werkwijze dat effect gehad. Dat betreuren wij. Wij hebben dan ook onze excuses aangeboden aan de belangenvereniging voor woonwagenbewoners”, aldus het college van burgemeester en wethouders.
Woonwagenstandplaatsen als risicocategorie aangemerkt
De Wet Bibob geeft overheden de mogelijkheid om onderzoek te doen wanneer het risico bestaat dat bijvoorbeeld een vergunning, subsidie of vastgoedtransactie wordt gebruikt voor criminele activiteiten.
Binnen het Apeldoornse Bibob-beleid zijn verschillende risicocategorieën aangewezen waarbij standaard een onderzoek wordt uitgevoerd. Een van deze categorieën betreft ‘stand- en ligplaatsen’.
Bij de uitvoering van het beleid werden woonwagenstandplaatsen onder deze categorie geschaard. Daardoor kregen kopers van een woonwagenkavel standaard te maken met een Bibob-onderzoek.
Uit het onafhankelijke onderzoek blijkt volgens de gemeente dat deze standaardtoets bij woonwagenkavels niet had mogen plaatsvinden en een discriminerend effect had op woonwagenbewoners.
Alleen nog onderzoek bij concrete aanleiding
De gemeente past daarom per direct de uitvoering van het beleid aan. Woonwagenstandplaatsen worden voor de toepassing van het Bibob-beleid niet langer aangemerkt als onderdeel van de risicocategorie ‘stand- en ligplaatsen’.
Bij de verkoop van een woonwagenkavel vindt voortaan dus niet automatisch een Bibob-onderzoek plaats. Een dergelijk onderzoek blijft wel mogelijk wanneer daar een concrete aanleiding voor bestaat.
Daarmee wil de gemeente woonwagenkavels op dit punt op dezelfde manier behandelen als andere situaties waarin een Bibob-onderzoek aan de orde kan zijn.
Bibob-beleid zelf blijft van kracht
Het college benadrukt dat het Bibob-beleid zelf volgens het onafhankelijke onderzoek niet onrechtmatig is. Alleen de manier waarop het beleid bij de verkoop van woonwagenkavels werd toegepast, wordt aangepast.
Het bestaande Bibob-beleid van de gemeente Apeldoorn blijft daarom verder ongewijzigd van kracht.
